Tilff – Bastogne – Tilff

Tilff – Bastogne – Tilff

TILFF – BASTOGNE – TILFF
Het is zaterdagavond en ik krijg een SMS als ik aan een cola zit op een tuinfeest ergens in oer. Het was Bjorn:
“Waar beginnen we aan, ik zie er als een BERG tegenop! Ik citeer even Peter op de site: “1e pinksterdag wordt er niet gefietst” van je collega moet je het hebben”
’s ochtends om half vier zou ik hem ophalen om Tilff-Bastogne-Tilff te gaan fietsen. Zo’n SMS geeft dan niet echt goede moed. De woensdag voor de rit hoorde ik aan de bar mensen zeggen: “een rit boven de 200 KM is niet leuk meer, dat moet je niet willen!” Toen ik naar huis wilde die avond kwam ik weer aan de praat met Ruud. Hij zei: “ben je nog nooit in de Ardennen geweest dan?” een vraag waarop ik ontkennend moest antwoorden. “Dan staat er nog heel wat te wachten!” zei hij op een manier dat het misschien wel eens de zwaarste rit tot nu toe van mij kon gaan worden.
We komen rond 6 uur aan in Luik. We komen aan op de parkeerplaats waar al veel auto’s staan met geweien op het dak van frames en wielen. Veel verschillende merken ook. Van veel ken ik de naam niet eens. Er komen zelfs al renners ons tegemoet. Die zijn al begonnen en glimlachen nog. Ze hebben er zin in. Het valt me op dat hoe meer “lawaai” op de fiets (stickers, namen en merken) en hoe minder kleren de renners aan hebben hoe harder ze fietsen. Er is daar vast een formule voor. Tekst maal de wortel uit de kleren is het kwadraat van het carbon gedeeld door de snelheid ofzoiets.
Iets voor half 7 zitten we op de fiets, van de parkeerplaats op weg naar Tilff. Meteen een afdaling van 4,5 km. Dit geeft meteen al een kick! Dat beloofd een leuke rit te gaan worden met zulke afdalingen! Na een kilometer of 50 komen we aan bij de eerste stop. Beiden nog fris en fruitig. Wat eten en drinken en binnen 10 minuten weer door. Bij stop nr.2 op 92 km hetzelfde. Bij 132 km, de 3e bevoorrading, vroegen we aan elkaar hoe het ging. “geen centje pijn of tekenen van vermoeidheid” Dat zal vanaf nu wel veranderen. De klimmetjes komen er aan. 2 hadden we er al gehad. Waarvan 1 een behoorlijke klim was van max 16% Hennie Kuiper zei ooit: “bij wielrennen moet je eerst het bordje van een ander leegeten, en dan pas aan je eigen bord beginnen. We fietsten op een gegeven moment met een groepje renners tegen de wind in naar Tilff. Bjorn nam over. Ik zat in zijn wiel. Ik merkte al wel dat hij meer op zijn bord had liggen dan mij! Hij was op die wegen erg sterk!

De volgende klimmetjes gingen moeizamer dan de eerste 132 KM. Maar we mogen nog niet klagen. De zon kwam weer door, die langer weg bleef dan voorspeld en de wind nam gelukkig niet harder toe. De wind hadden we tegen, vanaf dat we wegdraaiden van Bastogne terug naar Tilff. Tegen de wind in en de klim van de Côte de Wanne ging er de gedachte door mijn hoofd. Normaal als je fietst en je doet een enorme inspanning is de gedachte in je hoofd heel klein. Je denkt dan alleen maar aan hoe je de pedalen rond kunt krijgen. Maar toen schoot mij ineens de parkeerplaats te binnen. We hadden wel meteen nadat we waren ingeschreven de afdaling ingegaan, die moesten we ook weer naar boven! Na de finisch in Tilff! Bij de vierde bevoorrading zijn we heel even in het gras gaan zitten. Naast ons stonden een paar Nederlanders te praten over dezelfde parkeerplaats. “ik heb toch zo’n zin in die laatste beklimming naar de parkeerplaatst toe!” zei er 1. Daar hou ik van, van die optimisten. Alles positief benaderen. Maar diep van binnen was ik er minder positief onder. Wellicht bedoelde die man het sarcastisch. Wat misschien het meeste pijn deed is dat die kilometers niet telde voor de rit!

Onderweg kwamen we veel mensen tegen die aan het kijken waren naar ons. Mensen op terrasjes, maar ook gewoon op een klapstoel en er een dagje uit van maakten. Allemaal niet wielrenners. De leegheid van die mensen schokt me! Wat is er nu mooier dan zelf fietsen? Gerard Ekdom, 3FM DJ van o.a. Arbeidsvitaminen, kan daarentegen weer erg genieten van muziek. Als er dan een mooie plaat voorbij komt kan hij het zo mooi omschrijven als “keiharde porno”. Zo voelt fietsen ook.

Meer beklimmingen volgen. Tot de laatste bevoorrading ging het erg goed. Bij de laatste was het echt warm aan het worden en hebben we extra wat gedronken. De hele dag door eten we musli repen, ontbijtkoek of stroopwafels. Af en toe een banaan. Dit alles wegspoelen met zoete sportdrank. Op een gegeven moment hoef je echt helemaal niets meer. En toch blijf je eten. Omdat het moet. Zeker voor wat er nog komt: Côte de la Redoute. Meteen 1 km na de pauze. Côte de la Redoute voelt als 40 km lang met windkracht veel na al ongeveer 200 km in de benen te hebben op een fietspad fietsen met aan weerskanten water: de afsluitdijk. Naast de Côte de la Redoute loopt een snelweg, wat ook langs het fietspad van de afsluitdijk is, wat het gevoel nog meer versterkt.

Bovenaan de bult zitten veel mensen. Leed vermaak. Ze hadden ook camera’s bij zich. Je wilt je ook niet laten kennen dus ik schakel 2 tandjes op en ga op de pedalen staan, en pers met de laatste krachten alles wat ik heb er nog uit om de mensen die dan nog voor me fietsen in te halen. Staat leuk op de foto bedacht ik me. Al is de kans klein dat ik bij die mensen ingelijst op de schouw kom te staan vrij klein. Ik hoor ze al zeggen bij het zien van die foto op de schouw: “weet je nog toen, in Tilff? Die man in het geel/blauw gekleed?” Maar er gaan vaker rare dingen door mijn hoofd als ik zware inspanningen moet leveren.

Bovenaan de berg heb ik een foto gemaakt van Bjorn, die er op tegen was: “nu weet iedereen dat ik later dan jou boven was!” maar na zo’n tocht en zeker met de benen van hem hoef je je nergens voor te schamen!

Tilff, ik had er toen nog nooit van gehoord, maar bij het zien van het bordje met die tekst erop ben ik geloof ik nog nooit zo blij geweest. Nog even en de finish komt. Maar dan…..

Dan moet je langs de terrasjes. “zullen we even een paar liter bier naar binnen gooien?” zei Bjorn voor de gein. Het klonk wel erg goed in de oren. Maar ik denk dat we na 1 biertje al stom dronken waren geweest. En dan die lucht daar in het dal. Wat ze aan het bakken waren weet ik niet, maar vergelijk het met de Bocholtse kermis bij 1 van de vele eetkramen. Heerlijk!
Nog erger was de laatste berg.
De kilometers tellen niet eens mee voor de rit zoals gezegt. Op het startbewijs staat ook -4,5 en dan begint de tocht in Tilff bij 0. Die -4,5 km moet je ook weer terug. En zoals bekend: min + min is plus. Nu pas snap ik die formule waar ik op de basisschool zoveel moeite mee had.
Op die bult had ik de versnellingen op. Ik zei het ook tegen Bjorn. Hij had me nog nadrukkelijk gezegd op de bergen die we eerder al getrotseerd hadden: “owee als je de trippel er op legt!” Uit solidariteit met hem heb ik het ook niet gedaan, ook al had ik het graag gedaan. Maar die laatste berg ging gewoon echt niet. Het was of de stuurpen eraf rukken, of op de trippel leggen. Zoveel moeite had ik met die laatste berg. Misschien is het ook iets psychisch, het gevoel dat het de laatste is. Dus ik keek naar beneden, naar de versnellingen. Zal ik die laatste paar honderd meter de trippel erop leggen? Zonder stuur fietst ook zo ongemakkelijk. Maar toen ik naar beneden keek schrok ik: De grote plaat lag er nog op!! Geen wonder dat het ook niet zo goed ging! Pijn = fijn schoot er door m’n hoofd, maar op het middenblad is misschien nog fijner!

En over pijn gesproken. Voordat je aan een klim begint staat er netjes een bordje met de naam van de klim. Zoveel procent stijging, zo lang, zoveel procent maximaal aan stijging. Meer pijn doen de klimmetjes waar geen bordje voor staat, maar veel steiler of langer zijn (voor je gevoel?)

Al met al had Peter toch gelijk. Het was ook geen fietsen meer, maarja: de bergen staan er nu eenmaal, dus moet je er overheen.
En ja, ook diegene die zei dat een rit boven de 200 KM niet meer leuk is heeft gelijk.

Volgend jaar weer?

04-06-2009 Toon Freriks