Ronde van Vlaanderen

Ronde van Vlaanderen

De Wildt en de Ronde van Vlaanderen- editie 2009

Het was in het vroege voorjaar van het jaar 2009 dat een selecte groep (st)rijders uit de Achterhoekse dreven zich op weg begaf naar het land van de Belga.
Met auto, met caravan (Benny) , per trein (Ko) voorzien van eigen krachtvoer (Alex) begaven we ons op weg om te gaan deelnemen aan een krachtproef die die stam al jaren elk jaar organiseerde.
We werden vorstelijk edoch sober onthaald in een gastenverblijf in de hoofdstad die de stam had gesticht en die architectonische en ander wonderen bevatte die wij op die schaal niet kenden.
Beeldengroepen van satyrs, rondborstige nimfen en een waterstralend manneke op een onooglijk straathoekje gingen de zinnen alvast opwekkend vooraf aan de levende versies daarvan. Een ranke nimf voor een vensterraam en een levende manneke pis deden ons vol uitroepen van verwondering en ongeloof samendrommen rond deze evenementen. Ze hadden zelfs een taveerne waar ze alle biersoorten van de hele hun bekende beschaving hadden samengebracht. Uit sportiviteitoverwegingen lieten ze ons er niet in onder het mom van leeftijdsgrenzen. Ze vermoedden wel dat we zoveel drankweelde niet aan zouden kunnen en wilden ons fit houden voor de dag er op.
Dat hadden die Belga mooi voor ons geregisseerd.

Groot was onze verrassing toen de volgende dag bleek dat voor de krachtproef per cyclo door hun land deelnemers zich uit alle windstreken van heinde en ver hadden gemeld.
Al ver voor Ninove slokte de berm ons op zodat we ons langs de vluchtstrook naar de start moesten begeven. Gelukkig hadden we onze deelnamebewijzen de dag ervoor al opgehaald zodat we direct het parkoers op konden.
Duizenden en nog eens duizenden, zover het oog reikte sneden als een langgerekte mierencolonne door het landschap. Franken, Kelten, Saksen, Germanen, Lombarden, grijsaard en kind, vrouw en man, getraind en ongetraind, dik en dun, bakfiets en racefiets, ze deden allemaal mee.
In een uitgekiende strategie hadden we ons verdeeld over drie groepen en twee afstanden die ieder als een hechte falanx door het landschap denderde.
Een enkeling verdwaalde even (Björn), enkelingen gingen even duo (Theo en Bas), voor een enkeling bleek ouderdom geen garantie tegen overmoed (Joep), enkelen waren zo sterk dat ze door geen enkele andere De Wildter konden worden bijgehouden (Marko en John).
De Belga die zelf niet meededen hadden zich op pikante plekken in het parkoers verzameld. Aan hun bewondering, hun verwondering en het meeleven en het medelijden in hun ogen viel af te lezen tot hoeveel dwaasheid de deelnemers ongeacht rang en leeftijd kennelijk in staat waren.
In het bijzonder in het pittoreske plaatsje Geraardsbergen, waar ze zelfs op de top van een kleine heuvel een bedevaartskapelletje hadden gesticht voor de slachtoffers van de krachtproef.
Met name aan de jonge leeuw Bas was dat allemaal niet besteed. Onvermoeibaar rouleerde hij ogenschijnlijk inspanningsloos de hele dag, ook op heftige klimmetjes voor ons uit. Sommige hersenen (o.a. die van Ko) die het gezwoeg en gekraak van de botten en weefsels die ze aanstuurden, registreerden, konden het niet bevatten.
Toch haalden we fit en zonder kleerscheuren allen de meet. Toen gunden de Belga ons van harte de geneugten van hun bieren en hun folkloristische lekkernijen (Belgafrieten en sappige saucissen).
Nadat we de door de dag heen verloren gewaande calorieën weer hadden aangevuld, kon de lange tocht naar het eigen erfgoed weer aanvangen.
Waarbij onderweg naar eigen huis, haard en geliefde de volgende woorden zich aandienden:
Zevenmaal over de aarde gaan
Als het zou moeten met blaren op de voeten
Zevenmaal om die ene te groeten
Die daar lachend te wachten zou staan
Zevenmaal over te aarde te gaan
Zevenmaal over de wegen te gaan
Schraal in de kleren wat zou het ons deren
Om weer uit liefde tot die ene te keren
Zevenmaal over de wegen te gaan
Zevenmaal om weer met zijn tweeën te staan
(vrij naar Ida Gerhardt)

Ko, april 2009