Monstertocht 2012 (Rondje IJsselmeer)

Monstertocht 2012 (Rondje IJsselmeer)

Monstertocht 2012
“4 gerenommeerde namen moeten er af!” zei Marco toen hij de woensdag voor de monstertocht naast mij kwam fietsen. “Toon, Rene, Pascal en Marco los gefietst uit de groep! Dat zijn geen goede voortekenen voor het aankomende weekend!”
6 uur was ik op het clubgebouw, afgesproken met de chauffeur om de aanhangwagen bij Joep op te halen. Marc, een kameraad van mij, en de chauffeur voor vandaag, stond er al helemaal klaar voor: zwaailicht in de auto en megafoon bij de hand.
Bij Joep aangekomen was de aanhangwagen al helemaal ingepakt met reservefiets en wel. Sander kwam er ook net aan. Zo zenuwachtig als maar kon voor wat er komen ging: de rit der ritten. Hij heeft Luik al eens gefietst, dit weekend is het vlakker, dus waarom die zenuwen?
Half 7 vertrokken we via de Lange Juffer richting Makkum. 14 fietsers. De eerste stop was net voor Barneveld. Daar had Jos, de bijrijder en ook een kameraad van me, zich helemaal goed op voorbereid: campinggasstelletje en een blik knakworsten. Ook zij moeten goed eten! (het brood dat ze onderweg hadden gehaald kwam van de bakker, maar volgens Jos was het visvoer zo droog. “Gelukkig” hadden wij muesli repen)
Bij Eemnes het pondje over. De schipper vroeg waar Ulft lag.De achterhoek en Doetinchem kende hij wel en zei dat we dan al een mooi eind gefietst hadden. De volgende vraag was ook te voorspellen: “waar gaat de tocht naar toe?” Bij het horen van Makkum snakte hij even naar adem en begon te hakkelen. Daarna kwam er een vraag, ik denk retorisch bedoeld: “maar Makkum ligt toch in Friesland?”
De beloofde wind bleef gelukkig achterwege. Er stond nog genoeg wind om op tijd het kopwerk af te geven aan een volgende. In de ochtend miezerde het nog half, maar gelukkig klaarde het naar mate de dag vorderde het weer op. Even voor Volendam had ik het nog wel zwaar en waaide er daar af. Gelukkig op de hoogedijk naar Volendam toe hadden we wind mee. Daar kon ik herstellen.
In Volendam hebben we volgens mij in hetzelfde restaurant gegeten als 4 jaar terug. Alleen nu binnen. De eerste Weizen werd al besteld! Daar heb ik een heerlijke pannenkoek met spek gegeten. Samen met een cola knapt een mens weer helemaal op! Daarna door het bekende straatje van Volendam door. In mijn hoofd zat ik daar, op het terras in de zon. Een visje zou ik dan eten en mensen kijken. Na iets van 150 km gefietst te hebben leek me dat heerlijk!
Tot hier was het fietsen namelijk nog leuk.
Iets verderop, in Edam, moesten we over de Sluis. Alleen met de fiets kon je er over. Fiets met het voorwiel omhoog door de smalle overgang. 1 voor 1. Aan het eind komen we 1 van de Locals tegen, en vraagt hoe ver we hebben gefietst en nog gaan fietsen. Zoveel gehannes over zo’n smalle sluis om 500 meter af te snijden. (die man weet niet waar hij het over had. Waarschijnlijk geen wielrenner. Als hij met ons mee was gegaan zou je ELKE METER afsnijden!)
Niet veel hierna kwam namelijk de Noorder en de Zuiderdijkweg. Lange rechte stukken naast het Ijsselmeer richting Medemblik. Daar zijn we 4 jaar geleden ook overheen gereden, in mijn beleving met meer tegenwind, maar ook nu hadden we er geen gemak van. De volgwagen hield ons in op deze weg. Jos hield een bak winegums voor, zoals die vader en zoon op de fiets in de Peijnenburg reclame. Gelukkig stopten ze aan het eind van de lange weg. Jos en Marc hadden nog nooit 14 mannen zo snel een bak wine-gums leeg zien eten. Frans had wine-gums in een boterhambakje. Het leek wel alsof hij bezig was met zijn fruithapje.
Vanaf nu: aan 1 stuk door naar Makkum. Ooit heb ik al eens een stuk gelezen over Parijs-Roubaix met als kop: ”De hel is roze” doelend op de zware rit die eindigt op de wielerbaan in Roubaix. Diegene die dat heeft geschreven heeft het mis. De hel voor een wielrenner is de afsluitdijk. Ook al is deze ‘slechts’ 32 km lang. Ik wil niet zeggen dat we wind mee hadden, maar ik denk dat we wel gemak hadden van de dijk links van ons. De hel was wat draaglijker geworden ten opzichte van vorige keer.
In Makkum aangekomen hebben we ons gedoucht en gesetteld aan de bar. Onder het genot van een biertje te wachten op de fiets-maaltijd. Heerlijke lasagne en iets van spaghetti achtig iets.
Volgens de ober was the place to be in Makkum: ‘de Schipper’. Een disco-kroeg. Op het eerste oog leek het een gewoon bruin cafe. 16 mannen aan de bar en een pool-tafel achterin de kroeg. Niet veel later kwam er een compleet waterpolo-dames-team naar binnen. (het leek wel een sport cafe!) Het waterpolo team ging poolen en darten. Tot hier een normale kroeg. Maar toen ging de pooltafel weg. Heel logisch om daarvoor in de plaats een rvs paal neer te zetten. Met genoeg bier in de mik is de verleiding groot om erin te gaan paaldansen (lees: goed zat en niet bang)
Aan de bar maakte Marc zich zorgen. Dag 2 van het rondje Ijsselmeer is toch nog ruim 200 km! En de sportmannen pur sang hadden de kop niet naar het hotel aan staan, en bleven maar bier hijsen. Marco zei gelukkig geruststellend: “UITERLIJK 02:00 uur gaan we naar het hotel.”. Bij weer een ander attendeerde Marc de sportman op morgen waarop hij zei: “morgen is uitfietsen” of weer een ander: “morgen is maar 200 km” en “het is morgen iets verder als de normale zondagochtend training”. Totdat Jos juist Marc waarschuwde: “morgen moet jij rijden, met dit tempo mag jij morgenvroeg niet eens rijden!” De groep ging in etappes naar huis. Ergens tussen 12:00 uur en 03:00 uur geloof ik.
’s Ochtends ontbijt. Niet iedereen kwam even fris en fruitig aan het ontbijt. De beloofde eieren hebben we niet gehad, maar ik vond het verder een lekker ontbijt! Daarmee kon ik de eerste 50 km wel mee volhouden. Het begin van de route was niet leuk om doorheen te fietsen. Zeker het stuk van Lemmer naar Urk, op de Noordermeerweg. Kilometers lange rechte weg. En zie je dan eindelijk een bocht, is het weer kilometer lange rechte weg. Bjorn zei hier zo mooi:”als je hier een buurtfeest houd, kun je half nederland uitnodigen.” Zo uitgestrekt dat het was. Gelukkig was de volgwagen ergens aan die weg ook gestopt. Diezelfde Bjorn van het buurtfeest had blijkbaar veel last van het feestje van gisteravond in de Schipper. Hij had het niet lekker zitten hier. Maar ik zag meer gezichten van mensen die het zwaar hadden.
Daarna door de polder in Flevoland. Weer zo’n stuk waar geen klap aan is. Enige spannende was een trekker met een lange (gif?)arm over de weg en fifi die ons achterna kwam. Voor de rest is het kilometers maken tot aan het het water, het veluwemeer. Dat was nog een leuk stukje fietsen langs het water tot in Harderwijk.
“Hebben jullie ook pannenkoeken?” vroeg Jan-Willem in hartje Harderwijk bij een Grieks restaurant. Die in Volendam waren wel voor herhaling vatbaar. Maar helaas, geen pannenkoek (met zaziki?) Een broodje gyros is niet echt fiets-eten maar het was wel erg lekker!
Toen door naar Dieren. Vanaf Harderwijk is het een mooi stukje fietsen naar Dieren, alleen is het nu niet zo vlak. We waren immers de afsluitdijk gewent! Hier hadden we nog een lekke band. 1 van de weinige lekke banden van deze tocht gelukkig. In Dieren wilde Frans in de auto stappen. Hij had net voor de tocht een nieuw zadel op de fiets. Hij had beter mijn fiets kunnen poetsen dan een andere zadel op de fiets zetten. Wat een zadelpijn had hij! Maar hij fietste door.
Bij het clubgebouw aangekomen werden we door de vrouwen opgewacht. Desley vond dat we allemaal stil waren, ze was anders van de meesten van ons gewent als ze op de club kwam. Nu had het een reden. (waar doe je het allemaal voor?) een rondje om het ijsselmeer waarbij je het meer alleen op de afsluitdijk even te zien krijgt. 475 km fietsen om dus een stuk van 32 kilometer van het ijsselmeer te zien. Waarbij je op dat moment het meer (en zijn wind) vervloekt en hoopt dat er snel een eind komt aan deze hel.
De 2 in de volgwagen hebben zich in ieder geval kostelijk vermaakt onderweg en in de kroeg. De nuchterheid van de leden en de opmerkingen (beetje drammen) naar elkaar vonden ze geweldig. Ook al hadden zij het ook zwaar, kont deed ook pijn na zo’n lange auto rit, en het tochte bij het openen van de ramen om een foto van ons te maken. Toch wil ik ze nogmaals bedanken bij de hulp om onze hobby te kunnen beoefenen!
Als ze me de volgende keer weer in het clubgebouw aan de bar vragen na een woensdagavond training: “rondje?” dan vraag ik ze wel eerst wat ze bedoelen.